Eksamen: FSP6449 / PSP5982 | Semester: Vår 2023 | Varighet: 4 timer
Vekting: Lesing ca. 35 % | Skriving ca. 65 %
| Luke | Riktig svar | Forklaring |
|---|---|---|
| 1: «het ___ woord» | toonaangevende | «Toonaangevende» betyr «toneangivende/ledende» og passer til konteksten om det mest fremtredende ordet for året. |
| 2: «zich ___ vastplakt» | vastplakt | Verbet «vastplakken» (klistre fast) brukes her i presens tredje person med refleksivt pronomen «zich». Formen «vastplakt» er korrekt bøyning. |
| 3: «lijmden ___» | zichzelf | Refleksivt pronomen som refererer til demonstrantene som limte seg selv fast. |
| 4: «stem ___ op» | uit | Uttrykket «stem uitbrengen» betyr å avgi sin stemme. «Uit» er partikkelen i separabelt verb. |
| 5: «verwijst ___» | naar | «Verwijzen naar» betyr «referere til/vise til». Preposisjonen «naar» er fast knyttet til dette verbet. |
| 6: «De zeven vinkjes ___» | zijn | Subjektet «de zeven vinkjes» er flertall, så verbet må stå i flertallsform: «zijn». |
| 7: «___ als derde» | eindigde | Fortid (preteritum), entall. Teksten forteller hva som skjedde: «Energietoerisme» havnet på tredjeplass. |
| 8: «te ___» | ontvluchten | «Ontvluchten» betyr «å flykte fra». Passer konteksten: reise til et varmt land for å unnslippe høye energipriser. |
| 9: «een ___» | meerderheid | «Meerderheid» betyr «flertall». Også i Belgia valgte et flertall «klimaatklever». |
| 10: «te ___ met» | maken | Uttrykket «te maken hebben met» betyr «å ha å gjøre med». |
Op het plaatje zie ik twee jonge vrouwen die buiten zitten. Ze zitten op een bankje in een park. Het is mooi weer en de zon schijnt. Ze dragen allebei een zonnebril en ze lachen. Ik denk dat ze vriendinnen zijn.
Na de foto gaan ze misschien samen een ijsje kopen, want het is warm. Daarna lopen ze door het park en praten ze over hun plannen voor het weekend.
Ik: Hoi Charlotte! Ik zie dat je uit Utrecht komt. Leuke stad!
Charlotte: Ja, ik woon er al mijn hele leven. En jij bent uit Noorwegen, toch?
Ik: Klopt! Ik ben hier als uitwisselingsstudent. Wat doe je voor werk?
Charlotte: Ik werk bij een organisatie voor natuurbescherming. En jij?
Ik: Ik studeer nog. Wat doe je graag in je vrije tijd?
Charlotte: Ik ben het liefst buiten in de natuur. Wandelen, fietsen, dat soort dingen.
Ik: Oh, dat vind ik ook leuk! In Noorwegen ga ik vaak wandelen in de bergen.
Charlotte: Wat leuk! En wat vind je niet zo leuk?
Ik: Ik houd niet zo van winkelen. En jij?
Charlotte: Ik ook niet! Shopping is niets voor mij.
Ik: We hebben veel gemeen! Ik zou je graag weer willen ontmoeten.
Charlotte: Dat lijkt me heel leuk! Laten we een keer samen gaan wandelen.
Hoi Thomas!
Welkom in Noorwegen! Ik verheug me erop dat je komt. Ik wil je vertellen wat we gaan doen de eerste drie dagen.
Op maandag gaan we naar school. We gaan de buurt verkennen en 's middags gaan we samen koken. Neem gewone kleren mee voor deze dag. Op dinsdag gaan we een wandeling maken in de natuur. Neem warme kleren en goede wandelschoenen mee, en vergeet je lunchpakket niet! Op woensdag maken we een stadswandeling met een bezoek aan een museum. Daarna lunchen we in een café en 's avonds is er een feest.
Ik verheug me het meest op het feest op woensdag, want dan kunnen we dansen en plezier maken! Maar ik verheug me niet zo op de wandeling op dinsdag, want het wordt waarschijnlijk koud en regenachtig.
Tot snel!
Om oppgaveteksten: Oppgaveteksten i dette løsningsforslaget er gjengitt fra Utdanningsdirektoratets (UDIR) eksamen i Nederlandsk Nivå I (våren 2023). Vi gjengir oppgaveteksten bevisst, slik at du kan følge løsningen uten å veksle mellom dokumenter. Eksamensoppgaver fra offentlige myndigheter er uten opphavsrettsvern etter åndsverkloven § 14 og kan gjengis fritt. Selve løsningsforslaget, forklaringene og figurene er utarbeidet av Eksamenssett.no. Opphavsrettsbeskyttede bilder og illustrasjoner fra originaleksamen er fjernet.